Home > Piets blog > April in Nederland
Volg Piet

Piets blog

April in Nederland

Active Image
"April doet wat hij wil"

April is afgeleid van Aprilis afgeleid van aperire (openen of ontluiken) en apricus (zonnig). De naam zou ook kunnen slaan op Aphrodite, de Griekse godin van vruchtbaarheid, schoonheid en liefde. Het vee verlaat de stallen en gaat weer naar de wei, vandaar de bijnaam grasmaand. Ook wordt april aangeduid als Paasmaand, Oostermaand (naar Ostara, godin van groei en bloei) of Eiermaand. Weerkundig is het een overgangsmaand met winterse en zomerse trekjes: april doet wat hij wil.


Door de contrasten zeggen de langjarige gemiddelden weinig over het werkelijke verloop van het weer. De gemiddelde temperatuur varieert van 7,5 graden in het noordwesten tot 8,5 in de zuidelijke helft maar de uitersten liggen tussen -10 en ruim +30 graden! Aan de kust wordt de temperatuur overdag laag gehouden door het nog koude zeewater, maar de nachten zijn in het binnenland kouder. Gemiddeld scheelt dat zo’n 2 tot 3 graden maar soms kan het verschil groter zijn dan 10 graden.

 

De meeste weerstations hebben nog 2 dagen met vorst, maar in het binnenland is op een aantal plaatsen 5 vorstdagen normaal. Vorst vlak boven de grond komt op gemiddeld 9 dagen voor. Op 2 of 3 dagen wordt het landinwaarts warmer dan 20 graden, maar aan de kust gebeurt dat in deze maand nog maar zelden.


Met landelijk gemiddeld 42,5 mm neerslag is april tegenwoordig de droogste maand van het jaar. De karakteristieke voorjaarsbuien (met hagel, natte sneeuw en onweer) duren kort en leveren weinig op. Toch heeft april niet de minste regenuren: landelijk regent het gemiddeld 44 uren tegen 32 uren in augustus. De hoeveelheden lopen uiteen van minder dan 40 mm in het noordwesten en noordwesten tot 60 mm in het zuidoosten van Limburg.


De zon schijnt in deze maand gemiddeld over het land 161 uren wat 39% is van de tijd dat ze kan schijnen. Een flinke verbetering tegenover maart met 31%. Aan de kust schijnt de zon vaker dan in het binnenland: de aantallen variëren van ruim 170 zonuren in het westen tot minder dan 150 in het oosten. Kenmerkend voor april en mei zijn periodes met dagen achtereen zon. De staalblauwe lucht verraadt de geringe hoeveelheid verontreiniging en vocht die de lucht bevat. De noordenwind die in deze tijd van het jaar soms waait zorgt niet alleen voor schone en droge lucht maar maakt het ook schraal of (als er ook buien vallen) guur. April is de laatste maand van het stormseizoen; een zware storm is nog steeds goed mogelijk.

Meer Blog