Home > Piets blog > Toestand poolijs toont licht herstel
Volg Piet

Piets blog

Toestand poolijs toont licht herstel

Terwijl we in eigen land wellicht de warmste dag van deze zomer nog moeten krijgen (wellicht donderdag), begint boven de poolcirkel de korte poolzomer tot een eind te komen. Nog iets meer dan een maand te gaan, en op de Noordpool begint de lange poolnacht en zullen de temperaturen snel gaan dalen.

Het is dus een mooi moment om nu eens te kijken naar de toestand van het ijs op en rondom de Noordpool, want de ontwikkelingen waren de laatste jaren zorgwekkend genoeg. We geven de actuele stand van zaken en vervolgens zullen we ook nog even naar het Zuidpoolgebied kijken, waar de lange winter nu juist op zijn eind gaat lopen.

Een alarmerend beeld.
Het klimaat is een ‘hot-item’. Hoewel het allerminst duidelijk is hoe het klimaat zich lokaal bezien gaat ontwikkelen, is één ding wel duidelijk en dat is dat het mondiaal bezien de laatste tientallen jaren flink warmer is geworden. Een indirecte manier om dat te zien is om naar de verspreiding van het ijs rondom de Noordpool te kijken.

Jarenlang verliep het afsmelten van het ijs in de zomer en het opnieuw aangroeien in de winter volgens een vast patroon en binnen grenzen die maar weinig veranderden. Pas de laatste jaren werd het duidelijk dat er wel degelijk een versterkte afsmelt plaatsvond. Deze openbaarde zich in eerste instantie niet zozeer door een afname van de verspreiding van het ijs, maar meer in de afname van de dikte van het aanwezige ijs. Twee jaar geleden werd er een kritische grens overschreden en ontstonden er aan het eind van de poolzomer grote stukken open water, daar waar, voor zo ver men wist, het ijs zich altijd de hele zomer wist te handhaven! Voor het eerst werd het toen mogelijk om de pool rond te varen. Dat bracht wetenschappers er toe om te verwachten dat het tijdstip van een goeddeels ijsvrije Noordpool in de zomer  aanmerkelijk te vroeger te verwachten. Was men eerst van mening dat dit deze eeuw niet meer zou gebeuren, vervolgens werd dit tijdstip tot rond 50 jaar ingekort en gezien de gebeurtenissen uit 2007 sprak men zich uit dat het zelfs binnen vijf tot vijftien jaar zou kunnen gebeuren!

Licht herstel.
Met een mengelmoes van angst, vrees en belangstelling werden de ontwikkelingen gedurende de zomer van 2008 afgewacht. De ijsconditie bleef uitermate beroerd, maar puur kijkend naar de verspreiding van het ijs, was het minimum in de ijsbedekking die in het vroege najaar werd bereikt, iets minder minimaal dan het jaar daarvoor.

Ook dit jaar lijkt er van een verder – zij het opnieuw klein – herstel sprake te zijn, wat we duidelijk kunnen zien als we de ijsverspreiding van drie dagen geleden (14 augustus) vergelijken met die van precies een jaar daarvoor.

Het verschil is zelfs heel behoorlijk. In één oogopslag is te zien dat het gebied met (nagenoeg) 100% ijsbedekking (het donkerpaarse gebied) aanzienlijk groter is dan een jaar daarvoor. Kijken we naar de verspreiding van het ijs, dan zien we aan de Europese kant weinig verschil, maar aan de Siberische kant is de hoeveelheid open water in het algemeen een tikje groter dan een jaar daarvoor. Aan de Canadese kant en die van Alaska, is het gebied ‘open water’ echter aanzienlijk kleiner in vergelijk met het jaar daarvoor. Ook als we naar de grafieken kijken die de ijsverspreiding van het afgelopen jaar geven, zien we dat er in vergelijk met een jaar geleden zo’n driekwart miljoen vierkante kilometer méér ijs ligt.

Een dooie mus?
Dat lijkt een verheugende ontwikkeling te zijn, maar dezelfde grafiek leert ons dat ondanks dat lichte herstel we toch nog bijna anderhalf miljoen vierkante kilometer ijs onder het gemiddelde uit 1979-2000 liggen en ook in die jaren lag er al minder ijs dan wat gedurende een lange periode daarvoor ‘normaal’ was. De gebieden op en rondom de Noordpool hebben deze zomer het geluk gehad dat het lange tijd bewolkt was. Hierdoor werd de straling van de zon, die dan immers 24 uur per etmaal boven de horizon staat, aardig tegengehouden. Het is juist die zonnestraling die vooral in juni en juli veel smelt veroorzaakt. Nu de zon steeds lager komt te staan, zal dat effect de komende weken snel afnemen.

Dat méér ijs niet weerspiegeld werd door lagere temperaturen in het poolgebied, zien we als we kijken naar de waarnemingen op een tweetal plaatsen. Op Bjornova, een klein eilandje iets ten zuiden van Spitsbergen, verliep juli duidelijk kouder dan de norm, maar was het verder flink warm, waardoor de gemiddelde etmaaltemperatuur in drie maanden tijd toch ruim 0.8 graden boven de norm uitkwam. In het Canadese Eureka, toch ruim boven de poolcirkel gelegen, lag het kwik meestal ver boven de norm en werd op een enkele dag zelfs de 20 graden overschreden! De afwijking naar boven bedroeg hier in drie maanden tijd bijna 2.2 graden. Geen wonder dat de ijskap van Groenland het moeilijk heeft. De smelt was en is dit jaar weer bijzonder groot.

En op de Zuidpool?
Tegelijkertijd lijkt de ijstoestand op de Zuidpool behoorlijk goed te zijn, tenminste als we naar de verspreiding van het ijs kijken. Kijkend naar de bijhorende grafieken, zien we dat het ijsverspreiding op het maximum zit van vorig jaar en ook bijna voortdurend boven het gemiddelde uit 1979-2000. De diepste dalen vielen vooral in de jaren ’80 van de vorige eeuw, terwijl de hoogste pieken in de recente jaren vallen.

Toch hoeven we niet meteen in gejuich los te barsten. De ijskap op Antarctica zelf, daar valt op een satellietfoto weinig van af te lezen, in termen van afsmelt of aangroei. Uit metingen blijkt dat het vooral langs de randen van dit ijskoude continent ook aan het opwarmen is en dat mede door het warmer worden van het water rondom Antarctica, de gletsjers sneller zijn gaan stromen en dat dit ook geldt voor het landijs, daar waar dit op het zeewater drijft. Een snellere aanvoer van ijs vanaf het continent kan leiden tot méér ijs in de zeeën rondom, maar netto kan er dan toch sprake zijn van een ijsafname.

De zaken liggen op Antarctica echter nog complexer dan op Groenland. Het continent is zó koud, dat een temperatuurstijging alleen maar zal leiden tot méér sneeuwval, die niet door een grotere smelt in de zomer zal worden gecompenseerd. Als er ijs verdwijnt, dan zal dat in eerste instantie alleen langs de randen van het continent gebeuren. Dieper landinwaarts, waar het kwik zelden of nooit boven nul komt, zal de ijskap alleen maar blijven aangroeien. Het zijn zeer complexe processen, waar lang nog niet alle details van bekend zijn.

Bronnen: Meteo Consult, Polar Research Group (PRG), Climate Prediction Center (CPG); NCEP, NASA.

Meer Blog